Astrids Woordentuin


Huil maar, stop maar niet.
27/11/2009, 4:39 pm
Ingedeeld onder: Poëzie

Hij zei dat ik het niet zou kunnen. Dat de wereld zou lijken te vergaan door het zien van zoveel verdriet in ogen die ik ooit anders had gezien. Het verdriet zou nooit verdwijnen, dat zeiden vele woorden. Hij zei dat ik niet sterk moest zijn – deze keer niet. Meisje, zei hij, ik zal dicht bij je komen – huil maar, stop maar niet. Ik ben hier voor jouw verdriet.

Ik keek foto’s op het ritme van een nummer die me al meerdere malen tot huilen had bewogen. Beelden in mijn herinneringen dansten – zelfs die zouden vergaan, bedacht ik me – want ouder worden kan zelfs op deze foto’s niet. Het was nog irreëel. Ik verwachtte dat ik hem nog zou zien,  op een van die zonnige dagen, op een bekende plek, met bekend geluk, tussen bekende gezichten. Nu zou die plek alleen maar gemis met zich meebrengen.

Huil maar, stop maar niet
ik ben er, voor jouw verdriet.



Augustinus
27/11/2009, 10:46 am
Ingedeeld onder: Brief, Gedacht, Poëzie | Tags:

Ik ben mezelf. Jij bent jezelf.
Wat we voor elkaar waren, zijn we nog altijd.

- AUGUSTINUS -

 

Voor hij die weg is gegaan.



Het zoeken en niet vinden
23/11/2009, 12:00 am
Ingedeeld onder: Poëzie

Hij vroeg waarover mijn verdriet ging, waarover ik niet kon praten.
Ik dacht lang na.

Het gaat over verlangen
het zoeken en niet vinden

natte lippen in de regen
zoute tranen in bed
een hoofd in mijn nek
een man om van houden
vingers in mijn haren
over het gemis

het zoeken en niet vinden

het aan lippen hangen
de liefde van vingers likken
de hartstocht
het kunnen dragen van de wereld
allemaal voor wat de liefde is
het onvoorwaardelijk gelukkig zijn
een glimlach die mijn dag maakt
en ogen waar ik graag zal in verdwalen

het altijd zoeken maar niet vinden

het gaat over de verdwenen lichtjes in jouw ogen
mijn liefste
het gaat over het ontroostbaar verdriet
tussen ons in
Het bedrukt, het maakt zwaar

het gaat over het alsmaar zoeken
en niet terugvinden.



Dream what you wish to
18/11/2009, 11:50 am
Ingedeeld onder: Poëzie

Zij was als zijn wens

aan het begin van elke nacht

Slaapzacht.



There’s darkness ahead and behind
15/11/2009, 5:12 pm
Ingedeeld onder: Poëzie

Zij treurde
Zij treurde als in veel innig verdriet

om verloren momenten
een gezicht dat zij nooit meer zou zien
Een hand om vast te houden
een zoen op een wang
en natte lippen in de regen

De herfst zou nooit meer herfst zijn
de winter zou niet meer komen
En de lente al helemaal niet

Zij treurde
Zij treurde als in heel veel innig verdriet

__________________________

Voor haar (zou zelfs de zomer nooit meer zomer zijn)



Lief…
15/11/2009, 12:14 am
Ingedeeld onder: Poëzie, voor Hem, voor haar | Tags: , ,

Zo kwijt als dood

mag jij niet gaan.

[ Bart Moeyaert]



Zo van die ogen…
13/11/2009, 12:27 am
Ingedeeld onder: Poëzie

Hij was een donker type, had zo van die lange meisjeswimpers met grote glanzende ogen die zwijgende bevelen gaven; van “zoen mij, hier en nu” en “kom dicht en bloot, dichtst liefst”.

En van knipperen, oogde mijn hart met hem mee. Die diepe donkere poelen, de spiegels van zijn ziel, verslonden mijn zinnen.

Zijn haar viel altijd warrig, zoals ik het graag heb. Mijn vingers die tussen haren passen en daar eventjes lijken te verdwijnen.

Er was veel liefde tussen ons in en er was altijd nog veel liefde over.



Voor de winter
Bubbles

'Bubbles' by DGR

Wanneer de liefde met bellen en kleuren in de lucht hing en de bomen bladen lieten sterven voor een goeie slaap straks, gingen zij wandelen, want daar hield zij van. Dan liep zij aan zijn rechterhand, over wegelinkjes en weggetjes, over paden die vergeten en niet meer erg zichtbaar waren. Langs kappeletjes en velden, en oude huisjes met koeien rond.

Altijd liep zij aan zijn rechterhand, omdat die beter beschermen kon en  warm en zacht was, stevig rond de hare. En als zij eens niet aan zijn rechterhand liep, dan was dat alleen omdat hij langs de straatkant wilde lopen – of vond dat dat zo moest. Hij was een beetje-held-man of een veel-held-man, in haar ogen altijd de hare.

In de verte waren contouren te zien van kleine en verre boerderijtjes, waar haarden branden en een kleed op de grond lag, een hond ook misschien. Waar het rook naar warme vanille en chocolademelk, naar gepofte kastanjes en pannenkoeken. Waar oude vrouwtjes konden breien, en meisjes boeken lazen aan de haard. Ze hield van zo’n winterwarme huizen net als ze hield van sneeuw op kerst. Dat vond ze zinnelijk.

Zelfs wanneer het sneeuwde en ijzig koud was, wandelden zij en leidden de lichtjes in de winterkale bomen rond die huizen op hun weg, hen de route die ze volgden. Dan zoenden zij onder die oude en besneeuwde eik die midden de velden eenzaam stond te slapen en zij tot de hunne hadden gedoopt.

Met kerstmis gingen zij aan de haard zitten zoenen, en verstopten zij cadeautjes in de geheimste hoekjes van het huis. Dan deden zij alle lichten uit en gingen zij met kaarslicht zoeken. Soms was zij een beetje bang – van geluiden die in het duister anders klinken  [of zij deed alsof] en dan nam zij zijn hand, of nam hij de hare en zochten zij samen, dicht bij elkaar. En als zij hadden uitgepakt, gingen zij weer zoenen en vreeën de hele nacht en een stuk van de morgen tot zij echt niet meer konden. Dan werden de gordijnen gesloten, als ze dat nog niet waren, smolten hun lichamen tezamen en sloten zij hun ogen voor alles wat niet hen was.



It’s always better…
08/11/2009, 12:24 pm
Ingedeeld onder: Beeld, Liefde, Muziek | Tags: ,

…when we’re together.



Waar het begin lag.
03/11/2009, 9:48 pm
Ingedeeld onder: Poëzie

Ik schreef een kort verhaaltje op de website van Everything is a story , je kan het hier ook lezen.

Fotograaf : Evy Raes, een jonge fotografe uit Antwerpen heeft al heel wat fotowatertjes doorzwonnen. Als voormalig fotojournaliste werkt ze nu deeltijds als assistent van Marc Lagrange en deeltijds is ze beschikbaar voor zowel commercieel als vrij werk.

__________________________________________________________________________

Evy Raes - Familieportret

De foto hing al jaren scheef. Ze hadden het wel geprobeerd om het weer recht te hangen – zelfs elke bezoeker die zij ontvingen had het niet kunnen laten om ‘het even weer recht te hangen’. Maar toen het steeds niet lukte, hadden zij bedacht dat het vast het huis was, dat scheef stond – iedereen beaamde – en lieten ze die foto maar zo.

Nu het huis leeg was, was die foto nog zo wat het enige tastbaars wat mij aan hen deed denken want het behangpapier was nog steeds hetgeen wat er al hing toen zij hier introkken. Hij had haar destijds die lijst gemaakt, uit liefde – dacht ik – of daar sprak hij van. Een lijst uit hout, massief. Een boom die hij lang geleden had geveld omdat die reus het licht van het huis afnam. Het huis was altijd duister geweest, tot de dag dat de boom doodging en ons jarenlang de warmte gaf die het huis nodig had. En de foto, die maakte ik, lang geleden – toen zij nog goed te been waren en gelukkig. Want dat waren ze, toen, gelukkig.

Nu alles hier verdwenen was, was het alleen de leegte waar ik kon om treuren. De verdwenen geur van versgebakken pannenkoeken, geen mantels in de kast, geen poezen of honden, geen zoenen waar lipstick van bleef hangen.

Mijn begin lag hier, het begin van mijn bestaan. Hier had geluk geleefd, hier leefde een liefde die de wereld nooit dragen kon – misschien was daarom het huis schreef komen te staan. Terwijl ik door de lege kamers liep, zag ik hen nog hier en daar wat rommel opruimen, zag hoe zij lachten en zoenden, hoe zij sliepen in een bed dat veel te groot was voor hen alleen. Ik zag mezelf – jaren geleden – boekjes lezen in een bestofte zetel, tussen kussens die groter waren dan ik zelf was.

Dan liep ik door de tuin en dacht dat, als bomen konden huilen, huilden zij de jaren met mij mee. Ik had het gemist, die bomen, het veel van rustig zijn. Tussen die sterke reuzen had ik het gevoel dat ik het intense verdriet dat op me leunde, dragen kon. Het begin lag hier, ergens in het gras. Als ik daar ging liggen voelde ik dat de grond onder mij het nog niet vergeten was en het koesterde als een verloren schat. Ergens was het zo, een verloren schat. Elke grasspriet zal het geweten hebben, dacht ik, terwijl mijn vingers zachtjes de grond waar mijn hand lag, masseerden.

Een man kwam de tuin in gelopen – tussen de oude appelbomen door – zag me in het gras liggen huilen en zei dat het tijd was. Mijn tranen zouden lang niet drogen, maar ik sloot de deur en liet de foto hangen. Opdat zij voor altijd dicht bij het begin zouden zijn.